Daniel Auber


Daniel Auber Daniel Auber


Biografie van de componist Auber

Daniel François Esprit Auber werd geboren in Caen op 29 januari 1782 en overleed op bijna 90 jarige leeftijd te Parijs op 12 mei 1871.

Hij componeerde al op jeugdige leeftijd ballades. Zijn vader was een kunsthandelaar. Hij stuurde zijn zoon voor een handelsopleiding naar Londen. Op 22 jarige leeftijd keerde Auber weer naar Parijs terug en koos voor een muziekcarrière.

De in Florence geboren Luigi Cherubini nam Auber onder zijn hoede. Cherubini kwam in 1787 in Parijs wonen toen hij 27 jaar oud was. Daar was hij in de periode 1822 tot 1842 directeur van het conservatorium. Zijn invloed op het Franse muziekleven was groot. Cherubini componeerde vooral kerkmuziek en was een groot vakman, waarbij Beethoven in hem een van zijn grootste tijdgenoten zag.
Toen Cherubini Auber aanraadde aan toonzetting te werken, besloot hij compositielessen te nemen. Ook François Adrien Boieldieu (+ 1834) coachte de veelbelovende Auber.

Uit de periode dat Auber bij Cherubini in de leer was en deze zich bij zijn student, Daniel Auber, beklaagde over de ongemakken bij het ouder worden, reageerde Auber erg adrem: "ik begrijp u niet geachte meester, maar ik weet wel dat het ouder worden altijd nog het enige middel is om lang te leven".

Daniel Auber was vanaf 1842 als opvolger van Cherubini de directeur van het conservatorium te Parijs. Hij bleef hieraan tot zijn dood verbonden. En vanaf 1857 vervulde hij -hij was inmiddels 75 jaar- nog de functie van het Keizerlijk Kapelmeesterschap. Napoleon III benoemde hem tot Hofkapelmeester.

Hoe Auber tegen het ouder worden en de dood aankeek blijkt uit de volgende anekdote: Auber relativeerde het ouder worden tijdens een begrafenis van een vriend door te zeggen: "ik heb het gevoel, dat het deze keer de laatste keer is, dat ik als amateur deelgenomen heb".

Met de bekende librettist Eugène Scribe (1791-1861) werkte hij nauw samen. Scribe verzorgde 38 opera's van teksten van de 47 die Auber in zijn leven componeerde. Scribe werkte ook samen met Boieldieu en Giacomo Meyerbeer.

De lirische opera "La Muette de Portici" (De stomme van Portici) werd in 1828 door Auber gecomponeerd in samenwerking met de librettist Eugène Scribe en Germain Delavigne. Hiermee verwierf hij een onvergankelijke roem bij de Parijse Grand Opéra.
Veel opera's van Auber zijn uitgevoerd bij de Parijse Opéra Comique.
Enkele andere bekende opera's van Auber zijn:
Le Maçon 1825,
Fra Diavolo, ou L'hôtellerie de Terracine 1830,
Gustave III, ou Le Bal Masqué 1833,
Lestocq, ou L'intrigue et l'amour 1834,
Le Domino noir 1837,
Les Diamants de la Couronne 1841,
Manon Lescaut 1856,
en Rêves d'amour 1869 werd zijn laatste opera.