Geschiedenis


graf Marie Plessis

Historie van de hoofdpersonen

De Cameliadame
In werkelijkheid heette de Cameliadame Marie Duplessis. Zij werd zo genoemd omdat ze altijd Camelia's in haar hand of op haar borst droeg. In de roman, verschenen in 1848, van Alexandre Dumas fils, heette ze Margerié Gautier. Ze overleed op 23 jarige leeftijd in 1847 aan een longziekte.
Marie Duplessis trok vanuit Nonant -het platteland van Normandie- op 15 jarige leeftijd naar Parijs om daar als modeverkoopster te gaan werken.
Zij werd in 1824 geboren als Rose Alphonsine Plessis in een arm gezin, waar zij al op hele jonge leeftijd met de harde kant van het leven in contact kwam. Door haar avontuurlijke geest en lichamelijke schoonheid kwam Marie in een heel ander millieu terecht. Zij werd onderhouden door rijke aristocraten en had vele contacten met deze Parijzenaars.
Alexandre Dumas fils, zoon van de beroemde schrijver, en Marie Duplessis waren voor in de twintig toen hun intense verhouding ontstond. Dit duurde slechts een jaar (1844/1845). De reden van hun scheiding had met financiële zaken te maken. Marie vertrok daarna naar Londen en trouwde met de Vicomte de Perregaux. Hij zorgde later voor haar graf op de Montmartre in Parijs.
Zowel de roman van Dumas als het toneelstuk zorgde dat ze niet vergeten werd. Echt beroemd werd zij door de opera van Verdi La Traviata.

Opvallend is dat tot op de dag van vandaag er nog steeds bloemen op haar graf liggen. Vaak witte Camelia's. Haar naam, Alphonsine Plessis, werd door haarzelf later veranderd in Marie Duplessis.

Het ontstaan van de opera La Traviata door Verdi
In Parijs werd op 2 februari 1852 de premiëre van het toneelstuk "La dame aux Camelia's" opgevoerd. Zowel de roman (1948) als dit toneelstuk was van de hand van Alexandre Dumas Jr.
Voor Verdi was de scène waarin de vader van Armand Duval (in de opera Alfredo Germont) aandrong de relatie met Marguérite (in de opera Violetta Valéry) te verbreken naar alle waarschijnlijkheid aanleiding voor een nieuwe opera. Daarbij speelde zijn eigen nieuwe relatie ook een grote rol na het overlijden van zijn eerste vrouw. Zijn librettist Fransesco Maria Piave kwam eind van 1852 met "La dame aux Camelia's", waarna op zeer korte termijn een ontwerp voor een nieuwe opera verwacht werd.
De premiere op 6 maart 1853 in Venetië niet goed onthaald. Enige tijd later, op 6 mei 1854, werd in Venetië La Traviata (de verdoolde) weer uitgevoerd, ditmaal werd het een groot succes.

La Traviata is behalve de laatste luik van Giuseppe Verdi's zogenaamde "trilogia popolari" (samen met Rigoletto en Il Trovatore) het sluitstuk van wat men de "persoonlijke stijl" van de meester heeft genoemd. Een stijl die, in de traditie van het "Melodrama" het lot van het individu indringend portretteert en die voor het eerst aan bod kwam in "Luisa Miller".