I Lombardi alla prima crociata


Een korte versie van de opera I Lombardi alla prima crociata van Giuseppe Verdi


De Lombarden op de eerste kruistocht

Temistocle Solera

Tekst: Temistocle Solera, naar het gedicht van Tomaso Grossi.
Premiere: 11-02-1843, Milaan. Teatro alla Scala.

Franse bewerking: Jérusalem.
Tekst: Alfonso Royer en Gustave Vaëz, naar Solera's libretto.
Premiere: 26-11-1847 Parijs. Opéra.

Personen:
Arvino, aanvoerder van de Lombardische kruisvaarders en broer van Pagano -tenor-
Pagano, later kluizenaar; zonen van Folco, heer van Rn. -bas-
Viclinda, de vrouw van Arvino. -sopraan-
Giselda, dochter van Viclinda en Arvino. -sopraan-
Pirro, stalmeester van Arvino. -bas-
Een milanese overste. -tenor-
Acciano, tiran van Antiochië. -bas-
Oronte, zoon van Acciano. -tenor-
Sofia, vrouw van Acciano in het geheim gedoopt. -sopraan-
Monniken, priors, gerechtsdienaren, soldaten van Folco's paleis, Perzische, Medische, Damasceense en Chaldeeuwse afgezanten, kruisridders en soldaten, pelgrims, Lombardische vrouwen, haremvrouwen en hemelse jonkvrouwen.

Plaats en tijd: Milaan, Antiochië en omgeving, omgeving van Jeruzalem, omstreeks 1096.

De gebroeders Arvino en Pagano hadden beiden naar de gunsten van de beeldschone Viclinda gedongen. Zij koos voor Arvino en schonk hem een dochter, Giselda. Pagano probeerde Arvino te doden, waarvoor hij achttien jaar werd verbannen.

Eenmaal terug belooft Pagano publiekelijk vrede, maar in het geheim beraamt hij opnieuw een aanslag op zijn broer. In plaats van Arvino doodt hij per ongeluk zijn vader, waardoor hij voorgoed uit Milaan wordt verbannen.

Als kluizenaar leeft Pagano in de buurt van Antiochië, waar hij de roem van een heilige geniet. Hij verbergt zijn ware indentiteit en helpt de Lombardische kruisvaarders onder aanvoering van Arvino Antiochië te veroveren. In Antiochië vindt Arvino ook zijn dochter Giselda terug, die als slavin gevangen wordt gehouden. Zij wordt door Oronte bemind en bekeert hem tot het christelijk geloof.

Giselda komt achter de gruwelijke waarheid van de kruistochten en breekt met haar vader. Tijdens haar ontsnapping stuit ze op de doodgewaande Oronte, met wie ze haar toevlucht zoekt in de liefde; beiden geven familie en vaderland op. Achtervolgd door Arvino raakt Oronte dodelijk gewond, in zijn stervensuur wordt hij gedoopt door kluizenaar Pagano. Bij de verovering van Jéruzalem raakt Pagano gewond. Hij onthuld zijn identiteit en terwijl hij sterft verzoent hij zich met zijn broer.